▶︎ Wet- en Regelgeving ▶︎ EPBD: Energieprestatie gebouwen
EPBD’s (Energy Performance of Buildings Directives) worden door de Europese overheid opgesteld om de energieprestatie van gebouwen te verbeteren. EPBD III is reeds omgezet in Nederlandse wet- en regelgeving. De nationale implementatie van de EPDB IV wordt in de zomer van 2026 van kracht. Op deze pagina lees je over de belangrijkste eisen uit de EPBD III en IV.
In de Europese Unie zijn in de loop van de jaren meerdere regelingen (directives) van kracht geworden. Deze worden ook regelmatig aangescherpt. Een aantal directives zorgen ervoor dat alle landen, bedrijven en personen binnen de EU uiterlijk in 2050 energieneutraal kunnen werken en leven.
Eén van die richtlijnen is de EPBD: Energy Performance of Buildings Directive. In het Nederlands: Richtlijn energieprestatie van gebouwen.
Als een directive van de EU van kracht wordt, heeft Nederland beperkt de tijd om deze binnen de Nederlandse wet- en regelgeving te implementeren. Voor de EPBD is het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) de aangewezen plek hiervoor.
In juli 2010 is de eerste versie van de EPBD van kracht geworden. De derde versie
(EPBD III) stamt uit 2018 en heeft nog steeds invloed op onze regelgeving.
De vierde versie (EPBD IV) is in juni 2024 door Europa goedgekeurd en moet uiterlijk juni 2026 door de Nederlandse overheid in de wet- en regelgeving te zijn omgezet. Het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) werkt hieraan, met inbreng van vele stakeholders.
De invoering van de EPBD IV betekent niet dat de eisen uit de EPBD III niet meer van kracht zijn. Daarom worden hier eerst de relevante onderdelen van de EPBD III toegelicht.
De EPBD III bestaat uit drie delen:
Als een verwarmingssysteem niet beschikt over een flowregeling is waterzijdig inregelen niet mogelijk en hoeft dit dus ook niet te worden uitgevoerd.
De keuringsplicht voor airconditionings- en verwarmingssystemen geldt vanaf een nominaal vermogen van 70 kW per systeem. Als één van beide systemen is gekoppeld aan een ventilatiesysteem, moet dit ventilatiesysteem ook gekeurd worden. Voor verwarmingssystemen is de Scope 14-keuring hiervoor ingesteld.
Het alternatief voor deze keuring is een goed werkend GACS (Gebouw Automatiserings- en ControleSysteem). In verband met de verplichte implementatie van een GACS per 2026 respectievelijk 2030 zal deze keuringsplicht daarom op termijn komen te vervallen.
Lees verder over de EPBD-keuring in relatie tot GACS.
De EU heeft inmiddels een nieuwe richtlijn vastgesteld, de EPBD IV. Nederland moet deze voor de zomer van 2026 geïmplementeerd hebben. Tot dat moment blijft de EPBD III van kracht. Dit zijn de meest opvallende maatregelen in de EPBD IV.
Vanaf 2030 geldt voor alle bestaande utiliteitsgebouwen een nog nader te bepalen minimaal energielabel, vergelijkbaar met de label-C verplichting voor kantoren. Dit komt voort uit de Minimum Energy Performance Standards (MEPS). De minimale eis per gebruiksfunctie wordt in de loop van 2026 bekend en per 1 juli 2027 wettelijk vastgelegd.
Een gebouw-automatiserings- en controlesysteem (GACS) is vanaf 2030 ook verplicht voor gebouwen met verwarmings- of airconditioningssystemen met een vermogen van meer dan 70 kW. Vanaf 2026 geldt dit voor een vermogen meer dan 290 kW.
In verband met de verplichte implementatie van een GACS zal de EPBD III-keuringsplicht op termijn komen te vervallen. Lees meer over GACS.
Automatische lichtregelsystemen worden verplicht voor alle utiliteitsgebouwen, op basis van het vermogen van het verwarmings- of airco-systeem:
Het betreft automatische regeleenheden voor verlichting die “op passende wijze per zone zijn ingedeeld en bezetting kunnen detecteren”. Hierbij moet je uiteraard op het specifieke gebruik van de diverse ruimtes letten, bijvoorbeeld waar geslapen of onderzoek gedaan wordt.
De eis voor het aantal laadpunten voor elektrische voertuigen wordt fors uitgebreid, zowel voor nieuwbouw (minimaal 1 op 5 parkeerplaatsen) als voor bestaande bouw (vanaf 2027, minimaal 1 op 10).
Bovendien moeten deze laadpunten geschikt zijn voor slim of bidirectioneel laden.
De helft van de overige parkeerplaatsen moet voorzien zijn van voorbekabeling (nieuwbouw) of leidingdoorvoeren (bestaande bouw), zodat je het aantal laadpalen snel kunt uitbreiden.
Er komen minimale eisen voor het aantal fietsparkeerplaatsen “voor fietsen met grotere afmetingen dan een standaardfiets”.
Voor woongebouwen wordt de eis tenminste twee fietsparkeerplaatsen per woonfunctie. Een groepswoning geldt daarbij als één woonfunctie.
Voor utiliteitsgebouw is de eis minimaal 10 % van de totale gebruikerscapaciteit (het maximaal aantal personen, zoals opgenomen in de gebruiksmelding) of minimaal 15% van de gemiddelde gebruikerscapaciteit op piekmomenten (als de bezetting sterk wisselt).
Lees meer hierover bij RVO.
De energielabelsystematiek wordt aangepast en uitgebreid:
Vanaf 1 januari 2028 moet voor nieuwe utiliteitsgebouwen van meer dan 1.000 m² GBO een extra berekening uitgevoerd worden, de zgn. WLC-GWP (Whole Life Cycle Global Warming Potential). Met de WLC-GWP wordt de uitstoot van broeikasgassen berekend over de volledige levenscyclus van een gebouw, uitgaande van een gebouwlevensduur van 50 jaar.
De uitkomst van de berekening moet vanaf 2028 op het energielabel worden vermeld. Vanaf 2030 zullen hier grenswaarden voor gaan gelden, deze moeten nog bepaald worden.
Zonne-energie wordt verplicht voor alle nieuwbouw. Per 1 januari 2027 geldt deze eis voor alle utiliteitsfuncties van meer dan 250 m² GBO, voor woonfuncties per 1 januari 2030.
Daarbij geldt het volgende:
Een zonne-energie installatie wekt 100% op van het energiegebruik, bepaald volgens NTA 8800. Als daar niet aan voldaan kan worden dan heeft een zonne-energie installatie een zodanige omvang dat het volledige dak wordt benut.
Deze zonne-energie installaties mogen ook op “aanpalende overdekte parkeergelegenheden” worden geplaatst. Per 1 januari 2030 is dat ook verplicht bij stallingen voor meer dan 2 motorvoertuigen.
Let op: deze eis geldt vanaf 1 januari 2028 ook voor verbouwingen waarbij een “omgevingsvergunning voor het bouwen” is vereist.
Voor gebouwen in eigendom van overheidsinstanties gelden afwijkende (scherpere) eisen en (eerdere) ingangsdatums, ook voor bestaande bouw.
In de komende jaren treden de diverse onderdelen uit de EPBD IV in werking. De datum van inwerkingtreding is niet per se de datum dat de eis ook van kracht wordt, aangezien er ook een voorbereidingstijd nodig is om zowel nieuwbouwplannen als bestaande bouw hierop aan te passen. In het Bbl wordt dat bijvoorbeeld omschreven als: “Artikel 5.20, lid 6, is niet van toepassing tot en met 31 december 2027”.
Hieronder staan de onderdelen op volgorde van datum van inwerkingtreding.
Updates over EPBD IV worden gepubliceerd via RVO en specifiek voor de zorg via EVZ. Met de EVZ nieuwsbrief blijf je op de hoogte.
thema's
Meer over EVZ
Welke oplossing om warm tapwater te verduurzamen past het beste bij de specifieke situatie in jouw organisatie? Op basis van praktijkvoorbeelden leer je wat de meest relevante factoren zijn voor je keuzes. Gratis webinar van EVZ op donderdag 5 maart 13.30-14.15 uur.